Onthaal >> De VZW Berichten Nuttige Informatie
Kalender
Familie Hoekje Tijdschrift Fotos Pers Contacten Website Plan





Français / Nederlands

Over ons ...

De VZW 'Enfants de Gomel'
>> Tsjernobyl
Wit-Rusland
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tjernobyl, 26 april 1986, 01:23...

Wat er gebeurde...

Het ongeval

Het ongeval gebeurde in de nacht van vrijdag 25 op zaterdag 26 april 1986. Oorzaak was een veiligheidsexperiment of risicotest met eenheid 4 van de centrale, de laatste die in gebruik was genomen. De reactor sloeg op hol en er volgden explosies, waardoor grote hoeveelheden radioactieve stoffen uit het reactorvat in de atmosfeer terechtkwamen. In het begin hield de Sovjet Unie deze gebeurtenis stil, zodat het buitenland pas iets in de gaten kreeg nadat de wind de eerste wolken met radioactieve deeltjes uit de Oekraïne had meegevoerd naar Oost Europa en Scandinavië. De eerste bewijzen voor het ongeval vond Zweden. In de vroege ochtend van maandag 28 april ontdekte een werknemer van de kerncentrale in Forsmark (circa 100 km ten noorden van Stockholm) bij een routinecontrole dat zijn schoenen radioactief waren. Hij meldde dit aan een veiligheidsinspecteur, waarna de bedrijfsleiding voor alle zekerheid alle 700 werknemers van de centrale aan een onderzoek onderwierp. Op de kleding van alle personeelsleden werd een stralingsniveau gemeten dat 5 tot 10 keer zo hoog was als normaal Toen ook een onderzoekslab in Uppsala een verhoogd stralingsniveau mat, kregen de Zweden het vermoeden dat er ergens een nucleair ongeval moest zijn gebeurd. Maar waar? Nog diezelfde dag, maandag 28 april, vroeg de Zweedse diplomaat voor wetenschap en techniek in Moskou om opheldering aan het Staatscomité voor het Gebruik van Kernenergie van de Sovjet Unie. Hij kreeg te horen dat het instituut niets wist over een ongeval met een nucleaire installatie op Sovjetgrondgebied. Ook de Zweedse ambassadeur kreeg geen informatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken in Moskou over een mogelijk ongeval met een Russische kerncentrale.

eens 286 bouwvakkers en technici aan twee nieuwe eenheden (5 en 6) in aanbouw. Twee minuten na de explosie waren dertig leden van de bedrijfsbrandweer al bij de brand. Zes minuten later voegde de brandweer van Pripjat zich bij hen; kort daarna kwamen ook de brandweerkorpsen van Tsjernobyl en Polesskoe te hulp, nog later ook het korps uit het ca. 130 km verder gelegen Kiev. Hoewel de brandweerlieden nauwelijks beschermd waren tegen de sterke straling en de enorme hitte (circa 2500 graden C) in de buurt van het brandende grafiet, namen allen deel aan de bluswerkzaamheden. Onder zeer zware omstandigheden slaagde het team er na zo'n drie.

 

De bestrijding


In de eerste uren na de explosie lag de bestrijding van het ongeval geheel in handen van de brandweer. Zowel de bedrijfsbrandweer als enkele regionale korpsen trachtten in de vroege uren van zaterdag 26 april met groot gevaar voor eigen leven de circa dertig branden onder controle te krijgen, temeer omdat ook de aangrenzende eenheid 3 groot gevaar liep. Op het ogenblik van het ongeval waren 176 mensen werkzaam in de centrale. Buiten werkten nog uur in om vanaf het dak van de turbinehal de branden onder controle te krijgen; het risico dat het vuur zou overslaan naar aangrenzende gebouwen werd daardoor minder groot. Intussen nam personeel van de centrale maatregelen om de drie overige eenheden zo snel mogelijk buiten bedrijf te stellen. In de vroege ochtend van zondag 27 april werd de laatste eenheid afgeschakeld. Helikopterpiloten begonnen op zondag 27 april met het bestrijden van de brand vanuit de lucht. Zij kregen d opdracht het vuur in de openliggende krater zo snel mogelijk te doven en de omgeving van de stralingsbron af te schermen door zandzakken en andere materialen af te werpen. Zij gooiden tot en met 2 mei duizenden zandzakken op de brandende kern, in een tempo van 180 vluchten per dag. In totaal lieten zij 2400 ton lood de reactor vallen en zo'n 2600 ton dolomiet (een gesteente bestaande uit magnesium/calciumcarbonaat), borium, zand en klei. Lood, borium en dolomiet moesten de omgeving tegen straling afschermen, terwijl klei zand de reactor moesten afsluiten van zuurstof om nieuw oplaaien van branden te voorkomen

 

Liens

Kernramp van Tsjernobyl op Wikipedia